Een
vaderloze jongen van 8 jaar met een moeder die het druk heeft, vindt in het
gezin van de verteller zijn 'thuis'. In vijf jaar tijd vindt moeiteloos een
hechtingsproces plaats tussen de jongen en de verteller. Hierover is niets
opgeschreven.
Het
verhaal begint op het moment dat de man merkt dat de jongen, inmiddels 13 jaar,
afstand gaat nemen en dat het anders wordt. Het
verhaal beschrijft dit proces van zich losmaken zoals dit beleefd is door de
man.
De
man heeft er moeite mee; ook hij heeft zich gehecht en hij vreest zijn
'vrijwillige zoon' te verliezen. Hij raakt zelf een beetje in paniek als de
jongen weer enkele stapjes meer afstand neemt. Steeds echter doet de jongen
daarna echter weer een stapje terug. Dit proces herhaalt zich vele malen in de
vijf jaar dat het losmakingproces duurt. Intussen is de jongen even vaak als
vroeger bij de man, vrijwel dagelijks en vele nachten, maar zijn houding wordt
gaandeweg anders.
Uit
de beschrijvingen blijkt dat het contact goed is en goed blijft. Opvallend zijn
de nauwkeurige beschrijvingen van momenten van niet-verbaal contact; de jongen
is geen prater, maar de man is kennelijk zeer sensitief voor de signalen van de
jongen. Lichamelijke contacten zijn er vrijwel niet; seksuele contacten zijn er
nooit geweest.
In
de eindfase is de jongeman duidelijk minder aanwezig, maar als hij er is, wordt
er meer gepraat, ook over het onderwerp 'vaders'. Beiden, jongen en man, spreken
uit dat ze voor elkaar belangrijk zijn geworden. Jaren later wisselen ze uit dat
ze het beiden moeilijk hebben gevonden, zich los te maken. De jongeman zegt dat
dit het enige punt is dat lastig was; voor de rest heeft hij alleen maar
waardering en geen kritiek.