Analyse 2

Psychologisch

Start De verhalen Analyse 1 - Statistisch Analyse 2 Het meta-verhaal 1 Het meta-verhaal 2

De kelder van de ziel

Een man, opgevoed als jongen, kan het vrouwelijke in zichzelf naar de kelder van zijn ziel verbannen. Die kelder gaat op slot en hij heeft er geen contact meer mee. Evenzo kan een vrouw haar mannelijke trekken verbannen. Man en vrouw kunnen, opgevoed als zij zijn, hun kinderlijke trekken verbannen hebben. 

Een incompleet gevoel compenseren.

Nu mist men iets, al weet men niet bewust en precies wat men mist zolang die kelder op slot blijft. De geest van de mens echter laat niet zo maar delen van zichzelf verbannen; wat verbannen is komt onvermijdelijk terug, al dan niet vervormd. De geest zit niet stil en zoekt compensatie: men verzamelt a.h.w. het gemiste om zich heen en voelt zich dan weer wat meer compleet. Zo kunnen veel mannen niet zonder hun vrouw en omgekeerd. Als mensen kinderen krijgen voelen ze zich meer compleet omdat het verbannen kinderlijke element weer om hen heen is. 

Contact met de kelder

De mate van contact met de eigen kelder, ook wel 'de schaduwkant' genoemd, is van belang. Als er nog enig, maar voldoende contact met de verbannen delen van het ik is, herkent men die eigenschappen in de ander als menselijk en wenselijk. Er is dan geestelijk de ruimte en de mogelijkheid om een vrouw te erkennen als gevoelig en de kinderen als leuk en er een relatie mee aan te gaan. Men heeft ze graag om zich heen en dit kan dan ook.

Hoe sterker de verbanning is, des te minder kan men vrouw en kinderen missen. Een scheiding leidt dan tot een diepe crisis, maar ook een ruzie of een ambivalentie kan al erg bedreigend zijn voor het innerlijk evenwicht. Dit zijn overigens geen pathologische processen, zo werkt de menselijke ziel nu eenmaal.

Heeft men de deur van de kelder helemaal op slot zitten, dan herkent men de verdrongen eigenschappen niet meer als menselijk en wenselijk. Een vrouw wordt dan 'een stuk', een ding dus, en de kinderen worden alleen maar beleefd als lastige en dure krengetjes. Hier ligt dan wel een probleem: men kan niet zonder de ander, maar kan ook geen echte relatie aangaan. En door het slechte contact met het eigen innerlijk, 'ligt dit altijd aan de anderen'. Dan wordt het dus erg moeilijk om samen te leven.

Wat miste de verteller?

Deze beschrijft de scheiding van zijn vrouw als een crisis, maar al snel is er een oplossing: datgene wat hij in zichzelf mist (verbannen is of verbannen heeft), vindt hij terug in de kinderen om zich heen: vitaliteit en emotionaliteit. Daarmee is hij weer compleet, althans dit gevoel heeft hij dan. Echt compleet is hij pas als hij het contact met de verbannen delen van zijn eigen innerlijk zelf herstelt. Dan is die compensatie om zich heen ook niet meer nodig. Maar zo ver is het nog niet in deze verhalen.

In de verhalen van Elsje en van Straatzwervertje is dit duidelijk terug te vinden. Beide kinderen zijn thuis ingeperkt in hun vitaliteit en hun emotionaliteit. Beide kinderen voelen zich weer wat beter als ze vitale dieren om zich heen hebben, in beide gevallen ook een hond. De man herkent dit, vermoedelijk niet eens bewust, begrijpt de kinderen en geeft ze de ruimte. Zoals de dieren voor de kinderen de verbannen vitaliteit herstellen, zo herstellen de vitale en emotionele kinderen de verbannen vitaliteit en emotionaliteit voor de man. Iedereen is weer een beetje heel geworden, everybody happy. 

Hier is niets op tegen - de meeste verhalen vertellen van redelijk goede, gewenste en vrij langdurige relaties die ook door kind en ouders als positief worden beleefd. Ook hier is niets pathologisch aan; zo werkt de menselijke ziel nu eenmaal. Zolang althans de man maar de eventuele ambivalenties (dubbele gevoelens) ziet, niet gaat romantiseren - zoals hij zelf ook achteraf constateert - en de intimiteit binnen de perken weet te houden, ook binnen de wettelijke perken. 

Sommige kinderen kennen hierin, zo vertellen ook de verhalen, nauwelijks grenzen. Pas later krijgen ze die aangereikt of ingepeperd en dan gaan ze anders tegen de verhouding aankijken en soms ook aangifte doen als daar aanleiding toe is. Dan is er een probleem voor vier: oudere,  jongere, diens ouders en de omgeving ofwel maatschappij. Zo'n radicale omslag kan niemand van te voren weten of voorspellen en kan dus beter voorkomen worden door geen 'Russische roulette' te spelen, dus de maatschappelijke grenzen in acht te nemen. 

Uit de statistische analyse blijkt dat lichamelijke intimiteit hier niet per se bijdroeg tot de kwaliteit van de verhouding. Of wel, als je het cijfer ietsjes anders leest, namelijk ook de spreiding van 1 - 5 in acht neemt en (in de tabel) ziet dat juist het gemiddelde ontbreekt: je weet nooit welke kant de beleving later op zal gaan. 

Volgens dezelfde analyse  droegen hier geestelijk contact en zorg wel enigszins bij aan de kwaliteit van de relatie en doet lichamelijke intimiteit voor de kwaliteit, zoals deze achteraf beleefd is door beiden, vrijwel niet ter zake. 

Dit is dus anders dan in intieme verhoudingen tussen volwassenen; deze lopen vaak stuk als er geen intimiteit is. Dit verschil komt door het onderscheid tussen de generaties - niet de kloof, maar het natuurlijk gegeven onderscheid ertussen. Mens en dier planten zich voort door seksuele relaties met de eigen generatie, dit zit in onze genen sinds een miljoen of wat jaren. Vandaar het taboe op incest. Een taboe op niet-procreatieve verhoudingen is eigenlijk niet nodig, maar het incest taboe is zo sterk dat het toch ook hierin doorwerkt. Dit vereist beheersing, geen romantisering. Voorzichtigheid is toch de moeder van de porseleinkast van deze gevoelige verhoudingen.

Het contact met het eigen diepere innerlijk is belangrijk. Hoe meer contact men heeft met de eigen schaduwkant (de kelder van de eigen ziel), hoe minder men afhankelijk is van bijvoorbeeld de kinderen en hun grillen of wensen. Dan is men zelf 'heel' en kan men relatief onafhankelijk zijn, de ander scherper zien, ook in diens ambivalenties en twijfels. 

Indien in die kelder ook pedofiele gevoelens blijken te huizen, dan kan men deze dus maar het beste onder ogen zien en accepteren als een deel van zichzelf. Wie deze gevoelens alsnog of opnieuw gaat verbannen (of projecteren in anderen), komt in de problemen, want het innerlijk van de mens laat zich niet blijvend verbannen. Verdrongen gevoelens komen versterkt, vaak  vervormd terug in de mens of hij trekt ze in zijn omgeving aan. Wie zijn werkelijke gevoelens daarentegen erkent en accepteert, vindt ook manieren om er verantwoord mee om te gaan.

In deze verhalen lijkt dit, zo te lezen, in de meeste gevallen wel gelukt, zij het niet in alle. Juist daarom is een terugblik, volverse en reflexión, een omzien in bezinning, ook een nuttig iets.

Start De verhalen Analyse 1 - Statistisch Analyse 2 Het meta-verhaal 1 Het meta-verhaal 2